Behandeling van ernstige gedragsproblemen bij volwassenen (SGLVG)

Laatste wijziging: 22 juli 2019

Cliënten met een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen kunnen integrale behandelzorg in een verblijfssetting ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz kent hiervoor het SGLVG-zorgprofiel (‘sterk gedragsgestoord licht verstandelijk gehandicapt’). De leeftijd van de cliënten ligt doorgaans tussen de 18 en 55 jaar.

In de praktijk blijkt het niet altijd mogelijk de SGLVG-zorgprofielen goed in te vullen. Er zijn enkele maatregelen genomen waardoor de praktijk nu beter kan aansluiten op beleid en de wet- en regelgeving. Hieronder staat kort uitgelegd wat de bedoeling is van de SGLVG-zorgprofielen, gevolgd door een toelichting op de maatregelen. 

Het gaat om tijdelijke indicaties

Indicaties voor SGLVG-zorgprofielen zijn bedoeld voor zorg en integrale multidisciplinaire behandeling van ernstige gedragsproblemen in een SGLVG-behandelinstelling. De indicatie is maximaal drie jaar geldig en kan worden verlengd  als er nog behandeling in een instelling vanwege gedragsproblemen nodig is. Is voortzetting van de integrale behandeling in een verblijfssetting niet meer nodig? Dan moet de cliënt de instelling verlaten en een herindicatie aanvragen bijvoorbeeld voor  Wlz-zorg in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, Wlz-zorg thuis of (als de cliënt niet voor een Wlz-indicatie in aanmerking komt) ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) in een zelfstandige woning, al dan niet met behandeling uit de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling of beschermd wonen.

Verblijf in de Borg-behandelinstelling is essentieel bij een SGLVG-indicatie

De gespecialiseerde behandeling kan alleen worden geboden in een van de vier (gesloten) Borg-instellingen: Trajectum, Fivoor, Dichterbij en Ipse de Brugge. In de praktijk blijkt echter een deel van de cliënten met een SGLVG-zorgprofiel op een andere plek te wonen. Soms tijdelijk vanwege een wachtlijst bij de behandelinstelling. 

Het zorgkantoor zette het SGLVG-zorgprofiel voorheen om naar een zorgprofiel dat paste bij de daadwerkelijke zorg en/of verblijf. Sinds 1 januari 2019 kan dat niet meer omdat de zorgkantoren hun voorschrift zorgtoewijzing in lijn hebben gebracht met het beleid en de wet- en regelgeving. Behandeling met verblijf in een Borg-instelling is noodzakelijk voor cliënten met een SGLVG-indicatie. 

Praktijk in overeenstemming brengen met het beleid

Voor een goede aansluiting van de praktijk op het beleid en de wet- en regelgeving zijn enkele maatregelen genomen. Die staan hieronder toegelicht. 

1. Zorg in afwachting van een opname in een Borg-instelling

Er is niet altijd direct een plek in een Borg-instelling als de SGLVG-indicatie wordt gegeven. Cliënten die op een wachtlijst staan, kunnen tijdelijk zorg ontvangen tijdens verblijf bij een andere instelling, of thuis met een modulair pakket thuis (mpt) of een volledig pakket thuis (vpt). In dat geval mag de behandeling al starten terwijl de persoon nog niet in de behandelinstelling verblijft. 
De zorg buiten een plek waar integrale behandeling met verblijf wordt geboden, duurt maximaal (twee keer) 13 weken. Dit wordt mogelijk gemaakt via een wijziging van de Regeling langdurige zorg en een aanpassing van de NZa-beleidsregels per 1 januari 2020. Een voorwaarde is dat de cliënt op de wachtlijst staat bij een van de Borg-instellingen. Voor het jaar 2019 geldt dat zorgaanbieders en zorgkantoren afspraken kunnen maken in de lijn van bovenstaande wijzigingen. Dit valt dan onder de overgangsregeling zoals hieronder is beschreven. 

2. Overgangsregeling voor SGLVG-indicaties die niet worden verzilverd in een Borg-instelling

Er is een overgangsregeling voor mensen bij wie het SGLVG-zorgprofiel nu niet op de juiste manier ingevuld wordt. Bijvoorbeeld als:

  • het SGLVG-zorgprofiel is omgezet in een ander (VG) zorgprofiel;
  • het SGLVG-zorgprofiel wordt verzilverd in een mpt of vpt (en dit niet omdat er tijdelijk geen plek is). 

De bestaande situaties mogen worden gehandhaafd  zolang het indicatiebesluit geldig is, maar uiterlijk tot 1 januari 2021. Daarna gelden de reguliere regels. Hierover komt later meer informatie.  

3. Geen overplaatsing naar andere Wlz-zorg 

Is de behandeling in de Borg-instelling afgerond maar heeft de cliënt nog wel zorg nodig? Dan moet een herindicatie worden aangevraagd  bij het CIZ als het de verwachting is dat de cliënt toegang krijgt tot de Wlz. Overplaatsing naar een andere Wlz-instelling kan niet met de SGLVG-indicatie, want daarvoor moet de cliënt de juiste (VG-)indicatie hebben. 

Na afronding van de behandeling kunnen de volgende situaties ontstaan:

  • Doorstroom naar Wlz-zorg. 
    De cliënt heeft toegang tot de Wlz en krijgt een nieuwe Wlz-indicatie. Dan stroomt hij door naar een andere Wlz-instelling of krijgt hij Wlz-zorg thuis. Als er nog geen plek is in de andere Wlz-instelling, kan hij tijdelijk in de SGLVG-instelling blijven. Per 1 januari 2020 kunnen de zorgkantoren afspraken met zorgaanbieders over de prestatie ‘overbruggingszorg SGLVG en LVG’ (doorstroom) omdat het nieuwe zorgprofiel per definitie ‘lager’ zal zijn  dan het SGLVG-zorgprofiel. Dit is voor een periode van 13 weken. Wanneer er na 13 weken nog geen plaats voor de cliënt is gevonden die bij de nieuwe indicatie past, kan het declareren van deze prestatie eenmalig worden verlengd met nogmaals 13 weken. Zorgaanbieder en zorgkantoor stemmen dit met elkaar af. Voor het jaar 2019 geldt dat zorgkantoren en zorgaanbieders afspraken kunnen maken in de lijn van de prestatie die per 1 januari 2020 gaat gelden. Dit valt ook onder de overgangsregeling. 
  • Uitstroom naar Wmo-ondersteuning. 
    De cliënt voldoet niet aan de toegangscriteria van de Wlz en heeft mogelijk ondersteuning nodig vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (bijvoorbeeld beschermd wonen of ondersteuning, al dan niet aangevuld met ambulante behandeling vanuit de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling). Als er nog geen woning of ondersteuning beschikbaar is, kan het CIZ de SGLVG-indicatie maximaal drie maanden verlengen. De persoon kan dan langer in de SGLVG-instelling blijven zodat er tijd is om de overgang te regelen. 
    Het CIZ wijst medewerkers uiterlijk in augustus 2019 op de mogelijkheid om de indicatie langer – maximaal drie maanden – door te laten lopen.

Als de indicatie afloopt terwijl de behandeling in de Borg-instelling nog niet klaar is, kan een nieuwe SGLVG-indicatie aangevraagd worden bij het CIZ. 

Heeft u nog vragen? 

Cliënten en professionals kunnen contact opnemen met het zorgkantoor. Als er nog onduidelijkheden zijn kunt u terecht bij het Juiste Loket

Het zorgkantoor informeert zorgaanbieders over deze veranderingen en de (administratieve) gevolgen.