Behandeling van gedragsproblemen bij jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking

Laatste wijziging: 22 juli 2019
Jongvolwassenen tot 23 jaar met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen kunnen integrale behandelzorg in een verblijfssetting ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz kent hiervoor LVG-zorgprofielen.
 

In de praktijk blijkt het niet altijd mogelijk de LVG-zorgprofielen goed in te vullen. Er zijn enkele maatregelen genomen waardoor de praktijk nu beter kan aansluiten op het beleid en de wet- en regelgeving. Hieronder staat kort uitgelegd wat de bedoeling is van de LVG-zorgprofielen, gevolgd door een toelichting op de maatregelen.

Het gaat om tijdelijke indicaties 

Indicaties voor LVG-zorgprofielen zijn bedoeld voor integrale, multidisciplinaire behandeling met verblijf in de instelling die de behandeling voor gedragsproblemen biedt die past bij het geïndiceerde zorgprofiel. De indicatie is maximaal 3 jaar geldig en kan worden verlengd als er nog behandeling in de instelling vanwege gedragsproblemen nodig is.

Is voortzetting van integrale behandeling voor gedragsproblemen in de verblijfssetting niet meer nodig? Dan moet de cliënt de LVG-instelling verlaten en zo nodig een herindicatie aanvragen. Bijvoorbeeld Wlz-zorg in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, Wlz-zorg thuis of (als de cliënt geen Wlz-indicatie meer heeft) ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) in een zelfstandige woning al dan niet met behandeling vanuit de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling of beschermd wonen.

Behandeling in verblijfssetting is essentieel

Integrale behandeling voor gedragsproblemen gecombineerd met verblijf of wonen met behandeling is een essentieel onderdeel van het LVG-zorgprofiel. Als verblijf niet nodig is, is een LVG-zorgprofiel dan ook niet aan de orde. Behandeling kan dan betaald worden vanuit de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling (indien aan de voorwaarden wordt voldaan). Hiernaast kan sprake zijn van ondersteuning op grond van de Wmo.

Integrale behandeling voor gedragsproblemen in verblijfssetting wordt vaak geleverd in één van de orthopedagogische behandelcentra, maar dit is niet altijd zo. Het zorgkantoor kan ook in andere instellingen integrale behandelzorg inkopen die past bij het LVG-zorgprofiel. Het kan gaan om open en gesloten instellingen. 

In de praktijk woont een deel van de cliënten met een LVG-zorgprofiel op een andere plek dan zoals beschreven in het LVG-zorgprofiel. Soms tijdelijk vanwege een wachtlijst bij de behandelinstelling. Maar soms ook voor de hele duur van de indicatie om andere redenen dan een wachtlijst. 

Het zorgkantoor zette het LVG-zorgprofiel voorheen om naar een zorgprofiel dat paste bij de daadwerkelijk geleverde zorg en/of verblijf. Sinds 1 januari 2019 kan dat niet meer omdat zorgkantoren hun voorschrift zorgtoewijzing in lijn hebben gebracht met het beleid en de wet- en regelgeving. 

Praktijk in overeenstemming brengen met het beleid

Voor een goede aansluiting van de praktijk op het beleid en de wet- en regelgeving zijn enkele maatregelen genomen. Die staan hieronder toegelicht. 

1. Zorg in afwachting van een opname in een LVG-verblijfssetting

Er is niet altijd direct een plek in een instelling waar de integrale behandeling met verblijf geboden kan worden, als de LVG-indicatie wordt gegeven. Cliënten die op een wachtlijst staan, kunnen tijdelijk zorg ontvangen tijdens verblijf bij een andere instelling, of thuis met een modulair pakket thuis (mpt) of een volledig pakket thuis (vpt). In dat geval mag de behandeling al starten terwijl de persoon nog niet op de juiste plek verblijft. 

De zorg buiten een plek waar integrale behandeling in een LVG-verblijfssetting wordt geboden, duurt maximaal (twee keer) 13 weken. Dit wordt mogelijk gemaakt via een wijziging van de Regeling langdurige zorg en een aanpassing van de NZa-beleidsregels per 1 januari 2020. Een voorwaarde is dat de cliënt op de wachtlijst staat bij een instelling waar integrale behandeling in een LVG-verblijfssetting  wordt geboden.. Voor het jaar 2019 geldt dat zorgaanbieders en zorgkantoren afspraken kunnen maken in de lijn van bovenstaande wijziging. Dit valt dan onder de overgangsregeling zoals hieronder is beschreven. 

2. Overgangsregeling 

Er is een overgangsregeling voor mensen bij wie het LVG-zorgprofiel nu niet op de juiste manier ingevuld wordt. Bijvoorbeeld als:

  • het LVG-zorgprofiel is omgezet in een ander (VG) zorgprofiel;
  • het LVG-zorgprofiel wordt verzilverd in een mpt of vpt. 

De bestaande situaties mogen worden gehandhaafd  zolang het indicatiebesluit geldig is, maar uiterlijk tot 1 januari 2021. Daarna gelden de reguliere regels. Hierover komt later meer informatie. 

3. Geen persoonsgebonden budget (pgb) bij een LVG-zorgprofiel

Zorgprofielen LVG 1 en 2 worden nu soms in de vorm van een pgb verzilverd. Dit is niet de bedoeling omdat de behandeling nooit vanuit een pgb kan worden gefinancierd.  Deze zorgprofielen worden daarom toegevoegd aan de lijst met zorgprofielen waarvoor geen pgb mag worden verstrekt. 

Cliënten met een LVG-zorgprofiel die nu een pgb hebben, kunnen dat houden tot hun huidige indicatiebesluit is verlopen. 

4. Geen overplaatsing naar andere Wlz-zorg

Is de behandeling afgerond maar heeft de cliënt nog wel zorg nodig? Dan moet een herindicatie worden aangevraagd  bij het CIZ als het de verwachting is dat de cliënt toegang krijgt tot de Wlz. Overplaatsing naar een andere Wlz-instelling kan niet met de LVG-indicatie, want daar moet de cliënt de juiste (VG-)indicatie hebben. 

Na afloop van de behandeling kunnen de volgende situaties ontstaan:

  • Doorstroom naar Wlz-zorg.
    De cliënt krijgt een nieuwe Wlz-indicatie. Dan stroomt hij door naar een andere Wlz-instelling of krijgt hij Wlz-zorg thuis. Als er nog geen plek is in de nieuwe instelling, kan hij tijdelijk in de LVG-instelling blijven. Per 1 januari 2020 kunnen de zorgkantoren afspraken maken met zorgaanbieders over prestaties ‘overbruggingszorg SGLVG en LVG’ (doorstroom) voor situaties waarin het nieuwe zorgprofiel ‘lager’ is dan het LVG-zorgprofiel. Dit is voor een periode van 13 weken. Wanneer er na 13 weken nog geen plaats voor de cliënt is gevonden die bij de nieuwe indicatie past, kan het declareren van deze prestatie eenmalig worden verlengd met nogmaals 13 weken. Zorgaanbieder en zorgkantoor stemmen dit met elkaar af. Voor het jaar 2019 geldt dat zorgkantoren en zorgaanbieders afspraken kunnen maken in de lijn van de prestaties die per 1 januari 2020 gaat gelden. Dit valt ook onder de overgangsregeling.
     
  • Uitstroom naar Wmo-ondersteuning. 
    De cliënt voldoet niet aan de toegangscriteria van de Wlz en heeft mogelijk ondersteuning nodig vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, al dan niet aangevuld met ambulante behandeling vanuit de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling. Als er nog geen woning of ondersteuning beschikbaar is, kan het CIZ de LVG-indicatie maximaal drie maanden verlengen. De cliënt kan dan langer blijven wonen in de instelling waar hij behandeling met verblijf heeft gekregen zodat er tijd is om de overgang te regelen.

    Het CIZ wijst medewerkers uiterlijk in augustus 2019 op de mogelijkheid om de indicatie langer – maximaal drie maanden – door te laten lopen.

Als de indicatie afloopt terwijl de integrale behandeling voor gedragsproblemen in de verblijfssetting nog niet klaar is, kan een nieuwe LVG-indicatie worden aangevraagd  bij het CIZ. 

Heeft u nog vragen? 

Cliënten en professionals kunnen contact opnemen met het zorgkantoor. Als er nog onduidelijkheden zijn kunt u terecht bij het Juiste Loket

Het zorgkantoor informeert zorgaanbieders over deze veranderingen en de (administratieve) gevolgen.