Zo snel mogelijk passende zorg voor iedereen

De overheid vindt goede, toegankelijke en vindbare zorg belangrijk voor iedereen. Toch zijn er mensen die moeite hebben met het vinden van passende zorg. Het ministerie van VWS stimuleert dat mensen geholpen worden in die zoektocht, bijvoorbeeld met cliëntondersteuning en informatie over zorg. Soms springt het ministerie zelf in om mensen die echt vastlopen in systemen en structuren weer op weg te helpen. In een interview vertelt Agnes van Vessem, beleidsadviseur bij VWS, over haar aanpak voor deze casuïstiek.

In haar werk houdt Agnes zich bezig met hoog complexe casuïstiek. Daarbij heeft ze voornamelijk te maken met volwassenen binnen de GGZ (Geestelijke gezondheidszorg) die niet verder komen in hun zoektocht naar de juiste zorg. “Mijn rol is om de verbinding te maken met en tussen alle betrokken partijen, zoals behandelaren, zorgverzekeraars, gemeenten en familie van de patiënt/cliënt”, vertelt Agnes. “Het is mijn missie om mensen zo snel mogelijk uitzicht op (passende) zorg te laten krijgen. En als er niet snel uitzicht op zorg is, probeer ik overbruggingszorg te regelen.”

Agnes weet uit persoonlijke ervaring waar je tegenaan kunt lopen in de GGZ. “Mijn dochter heeft autisme en ik heb heel wat meegemaakt met haar. In die zoektocht naar passende zorg, dacht ik op een gegeven moment: ik ga het zelf doen. Dat is ook mijn motivatie geweest om te werken met complexe casuistiek. Nu help ik mensen waar ik kan en zet ik me eigenlijk net zo in als ik bij mijn dochter destijds heb gedaan.”

©Agnes van Vessem

Tot een oplossing komen

“Als er een casus bij me binnenkomt, neem ik die meteen in behandeling. Ik pak het diezelfde werkdag nog op”, gaat Agnes verder. “Mijn aanpak is per casus afhankelijk van de vraag en de acties die al genomen zijn, maar de eerste stap is in ieder geval de patiënt/cliënt bevragen en luisteren naar wat hij/zij te vertellen heeft. Als er nog geen uitzicht is op zorg, probeer ik met alle betrokken organisaties te overleggen om tot een oplossing te komen. Ik vind het belangrijk dat we kijken naar wat er wel kan in plaats van wat er niet kan. Niet alles is te realiseren, maar het zo snel mogelijk oplossen van een casus is wel het uitgangspunt. Ik kijk dan ook altijd of we niet toch iets meer kunnen doen dan al gebeurt.”

Knelpunten

“Veelvoorkomende knelpunten zijn de wachtlijsten in de GGZ, en dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd”, gaat Agnes verder. “Binnen de GGZ heb je te maken met mensen met problematiek als eetstoornissen, verslaving, autisme, trauma’s of een combinatie daarvan. Omdat ze verschillende problemen hebben, die soms om verschillende oplossingen van andere zorgverleners vragen, is de zorg voor hen minder eenvoudig te regelen. Soms staan zij jarenlang op de wachtlijst voor verslaving en dan horen ze tijdens een intakegesprek dat ze eerst aan hun trauma moeten werken. Dan komen ze op een andere wachtlijst, terwijl hun behoefte aan zorg groot is. Wat mij betreft zou dan een warme doorverwijzing op z’n plaats zijn, overleggen en met collega behandelaren samen afstemmen wat wijsheid is. Dat gebeurt nog te weinig. Die samenwerking tussen behandelaren onderling zou beter kunnen. Dat ervaren mensen die in de zorg werken zelf ook.”

Neutraal blijven

Wat Agnes betreft is het binnen complexe casuïstiek vooral belangrijk dat mensen zich gehoord en geholpen voelen. “Daarom verdiep ik me goed in de casus. Het is ook belangrijk om neutraal te blijven en het verhaal van twee kanten aan te horen, want de zaken liggen vaak genuanceerder dan in eerste instantie lijkt. Daarnaast probeer ik mijn rol zo goed mogelijk af te bakenen en daar heel helder in te zijn. Ik ben niet de behandelaar. Mijn taak is de verbinding maken. In het veld, daar moeten ze het oplossen.”

GGZ
©Stockfoto

Complexe zorgvragen waren ook de aanleiding om te starten met OPaZ. OPaZ werkt aan structurele maatregelen en oplossingen die de zoektocht naar passende zorg bij complexe zorgvragen makkelijker maken. Luisteren naar de personen om wie het gaat en analyseren wat er speelt staan daarbij centraal. OPaZ-regiocoördinatoren informeren, faciliteren, signaleren en verbinden bij complexe casuïstiek in de regio en werken daarvoor samen met cliëntondersteuners, zorgpartijen en VWS-medewerkers.

Do’s en don’ts bij complexe casuïstiek

  • Zet wat je bespreekt met de patiënt/cliënt en met de andere betrokkenen zwart op wit, zodat je altijd de feiten op papier hebt staan
  • Zorg voor professionele betrokkenheid
  • Veel patiënten in de GGZ hebben te maken met diverse hulpverleners, terwijl één aanspreekpunt meer vertrouwen werkt
  • Meng je niet in de professionaliteit van behandelaren en zorgverzekeraars, iedereen is professioneel op zijn eigen terrein