Zorg en ondersteuning in complexe situaties

Soms is het organiseren van zorg ingewikkeld. Bijvoorbeeld als iemand met verschillende wetten en organisaties te maken heeft. Of ondersteuning op verschillende leefgebieden nodig heeft.

Het is dan extra belangrijk om aan te sluiten bij de leefwereld van de persoon en zijn of haar naasten. Praktijksituaties helpen om vanuit de leefwereld te kijken naar de zorg.

Janny is in de 80 en haar geheugen laat haar steeds meer in de steek. Zij 'blijft langer thuis wonen'. Met veel hulp van haar familie gaat dat nog net. Maar haar mantelzorgers raken erg overbelast en het aantal onveilige situaties neemt toe. 

Nora heeft ernstige verstandelijke en lichamelijke beperkingen. Zij heeft zeer intensieve zorg nodig van vertrouwde mensen. De ouders hebben een dagtaak aan het regelen en geven van de zorg.

Amals zorgvraag past niet goed in de gewone diagnostiek- en behandeltrajecten van de GGZ. Dit komt onder meer door cultuurverschillen. Ook haar onzekere positie in de asielprocedure maken de situatie complex.

Sem kan goed leren. Vanwege zijn manier van denken en zijn gevoeligheid voor prikkels is het regulier of speciaal onderwijs geen goede omgeving voor hem.

Noah's psychosociale problemen leiden tot onbegrepen gedrag. Hij is moeilijk bereikbaar. Zelf vindt hij niet dat hij hulp nodig heeft. Zijn familie denkt daar anders over. 

Willem heeft een combinatie van psychosociale en gezondheidsproblemen. Soms verliest hij de grip op zijn leven. De maatschappij ziet hem als een man met 'verward gedrag'.

Mira heeft geen 'objectiveerbare' aandoening. Daardoor wordt zij bij vragen over werk, inkomen en maatschappelijke ondersteuning van het kastje naar de muur gestuurd. 

Voor Jochem is geen goede plek te vinden in een zorginstelling. Dat komt onder andere door zijn extreme prikkelgevoeligheid en moeilijk te begrijpen gedrag. 

Robert kan niet goed lezen. Hij heeft weinig zelfinzicht maar zijn omgeving overschat zijn mogelijkheden voor eigen regie. Hij wordt van het kastje naar de muur gestuurd bij hulpvragen.

Vader is verslaafd en heeft schulden. Twee kinderen krijgen jeugdhulp. De derde heeft oplopende problemen op school. Er is sprake van huiselijk geweld. De problemen stapelen zich steeds verder op. Hulpverleners spreken van een multiprobleemgezin.