Vakantie en afwezigheid van bewoners in een Wlz-instelling

Bewoners van een verpleeghuis of instelling voor gehandicaptenzorg kunnen op vakantie gaan of bijvoorbeeld bij familie logeren. De instelling levert op die dagen geen zorg, maar houdt wel de woning van de bewoner vrij. De bekostiging loopt daarom door, tenzij de bewoner heel veel afwezig is. Hiervoor gelden enkele regels. 

Doorbetaling van afwezigheidsdagen

Een zorgaanbieder kan per cliënt in totaal 146 afwezigheidsdagen per jaar declareren. Dit gaat om maximaal:

  • 42 dagen vakantie, met een maximum van twee weken per keer, plus
  • 52 x 2 dagen = 104 dagen afwezigheid, oftewel 2 dagen per week. Dit is te zien als weekendverlof, maar deze dagen kunnen sinds 1 januari 2020 ook door de week worden opgenomen.

Als een bewoner langer dan 2 weken afwezig is, stopt de bekostiging. De zorgaanbieder mag de zorgovereenkomst dan beëindigen. Dit komt overigens maar zelden voor. De zorgaanbieder en het zorgkantoor hebben in die uitzonderlijke situatie de plicht om vervangende zorg te regelen.

Langere tijd verblijf elders

Sociale contacten met familie en vrienden buiten de zorginstelling zijn belangrijk voor de kwaliteit van leven. Daarom is het verblijf buiten de zorginstelling mogelijk. De zorginstelling blijft ook verantwoordelijk voor het (medisch) welzijn van de bewoner. De instelling kan hierover afspraken maken met familie en eventuele extramurale zorgaanbieders die tijdens de vakantie zorg leveren.
Het verschilt per persoon hoe vaak en hoe lang verblijf elders wenselijk is. Maatwerk is mogelijk. Als een bewoner langer dan 2 weken op vakantie wil, kan de zorginstelling dat toestaan zonder de zorgovereenkomst op te zeggen. Dit heeft dus wel financiële gevolgen voor de instelling.

Langere afwezigheid tijdens coronacrisis

Vanwege de coronacrisis komt het de afgelopen maanden voor dat mantelzorgers hun verwanten die in Wlz-instellingen wonen bij hen thuis verzorgen. Als dit langer dan 2 weken duurt, krijgen de instellingen de omzetderving gecompenseerd via de NZa beleidsregel SARS-CoV-2 virus. Voor instellingen binnen de gehandicaptenzorg duurt die regeling tot 1 augustus 2020, voor instellingen binnen de ouderenzorg tot 1 september 2020.

Deeltijdverblijf als alternatief?

Deeltijdverblijf maakt een geleidelijke overgang mogelijk van thuis wonen naar het uiteindelijk volledig wonen in een instelling. Bij deeltijdverblijf is er een vast patroon van aan- en afwezigheid in de insteling. Daarnaast moet het thuis wonen van een cliënt nog verantwoord zijn op de dagen dat deze niet in de instelling verblijft. Op de dagen dat de cliënt thuis verblijft, is de plek in de instelling beschikbaar voor een andere cliënt die afwisselend thuis en in de instelling verblijft. Dat maakt deeltijdwonen minder geschikt voor bewoners die wel volledig in de zorginstelling wonen (en daar hun eigen woning hebben ingericht), maar die langer elders willen verblijven dan de gewone afwezigheidsdagen mogelijk maken.