Palliatief terminale zorg wordt eenvoudiger te regelen voor mensen met een Wlz-indicatie

Op 1 januari 2018 verandert het aanvraagproces van palliatief terminale zorg (PTZ) voor mensen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz-zorg). PTZ is zorg in de laatste levensfase. Het omvat bijvoorbeeld verzorging, verpleging, pijnbestrijding en begeleiding van de cliënt en van zijn of haar naasten. Mensen met Wlz-zorg kunnen PTZ thuis, in een verpleeghuis of in een hospice ontvangen. 

Wat is de bedoeling van de verandering?

Het aanvragen van extra zorg in de laatste levensfase wordt eenvoudiger. Daardoor is die zorg sneller beschikbaar. 

Hoe gaat de aanvraag van PTZ nu?

Zorgaanbieders moeten nu vaak een nieuw zorgprofiel (Zorgprofiel beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg, voorheen ZZP 10 VV) aanvragen bij het Centrum indicatiestelling zorg. Dit is nodig als het al toegekende zorgprofiel van de cliënt te weinig ruimte biedt voor PTZ of als cliënten die hun zorg in een verpleeghuis ontvangen ervoor kiezen om thuis of in een hospice te overlijden.

Bij de aanvraag van PTZ is een verklaring nodig van de behandelend arts dat de levensverwachting van de cliënt minder dan drie maanden is.

Hoe gaat het vanaf 1 januari 2018?

  • De zorgaanbieder kan op grond van de verklaring van de behandelend arts direct extra zorg inzetten. 
  • Cliënten met een pgb voor Wlz-zorg kunnen op basis van de verklaring van de behandelend arts bij het zorgkantoor extra budget vragen als hun bestaande pgb te weinig ruimte biedt. 

In beide situaties is dus geen aanvraag bij het CIZ meer nodig. De extra zorg blijft beschikbaar tot het overlijden, ook als laatste levensfase langer duurt dan verwacht.

De aanvraag van PTZ voor mensen zonder Wlz-indicatie verandert niet. 

Meer informatie

Zie ook